Een echte eigen hamer. Ik ging direct, zodra ik Wijnand zag, mijn hamer laten zien. Hij vond hem geweldig. Jan heeft zijn eerste eigen hamer had hij gezegd.
"Nu kan ik je helpen, hé?" Had ik hoopvol gevraagd. "Dat moeten we nog zien, Jan", zei Wijnand, "Met een hamer alleen ben je nog geen timmerman."
Ik was een beetje teleurgesteld. Ik wilde zo graag met mijn hamer ook gaan timmeren. Ik kon niet wachten. Omdat Wijnand met hout bezig was, had ik hoop. Hij was bezig met het maken van een klein bankje. Het was voor in de winkel. Waar je zoals hij zei "op kon zitten maar ook op kan staan als je ergens net niet bij kon."
Het bankje was al bijna klaar en tot mijn verbazing mocht ik toch een spijker in het hout timmeren. Dat lukte natuurlijk niet. Al snel gaf ik het op, maar Wijnand wilde daar niets van weten. Hij ging achter mij staan en deed de hamer op de juiste plek in mijn hand. Dat is aan het eind van de steel. "Het ijzer van de hamer is zwaar dat moet het werk doen." Om mijn hand kwam zijn hand en zo sloegen wij samen de spijker in het hout. Toen begreep ik hoe het moest. De volgende spijker moest ik weer alleen doen. Het was moeilijk om de hand aan het eind van de steel te houden omdat het zwaar is. Ook het mikken op de spijker was bijna onmogelijk. Maar omdat ik vond dat ik het moest kunnen, lukte het toch. Wel deed ik er veel langer over dan Wijnand. Echt helemaal zat de spijker er niet in. Maar het begin was er.
Wijnand was intussen nog wat plankjes aan het zoeken. Hij zaagde ze op maat. Ik had geen idee wat het zou worden. Als ik dat vroeg, gaf hij geen antwoord. Zo af en toe plaatste hij dan nog een spijker in het bankje, die ik er dan verder in moest slaan. Na een stuk of 6 spijkers was mijn kracht op.
"Moe?", vroeg Wijnand. "We zijn nog niet klaar hoor."
"Wat moet je dan nog maken?", vroeg ik.
"Wat is een timmerman zonder timmerkist", antwoordde hij.
Ik veerde weer op en zag dat hij allerlei plankjes op maat had liggen. Twee stuks met schuine kanten.
"Kijk, nu mag jij van deze plankjes met schuurpapier netjes de rafeltjes er af schuren."
Met een driftige precisie ging ik aan de slag. Wijnand zette een plankje in de bankschroef en schaafde met de schaaf een schuin kantje aan de plankjes. Daarna legde hij de plankjes keurig op maat bij elkaar. "Dan raak je niet in de war", zei hij. "Nu gaan we het in elkaar zetten." Hij pakte de plankjes met de schuine kanten. Daar timmerde hij de langere plankjes tegen aan. "Ik doe dit liever zelf even want dit is nog veel te moeilijk voor een leerling timmerman."Ik gaf de spijkers aan. Dan de plankjes aan de andere kant.
"Zo," zei hij, "dan nu de bodem. Dat kan jij wel weer vast timmeren." Maar dat was toch wat teveel gevraagd. Het lukte niet best en Wijnand nam het over. Vaardig verdwenen de spijkers in het hout. Het kistje zag er al echt uit.
"Nu nog de hengelsel."
"Hengsel????"
"Het handvat, waarmee je de bak kan tillen."
Dat was er snel aan gemaakt. Klaar was hij. Wijnand snuffelde nog wat rond en deed er een knijptang en een duimstok in.
"Daar moet je het maar mee doen, Jan".
"Echt voor mij?" vroeg ik.
"Ja Jan, en als je nou weer komt helpen moet je de werkkist mee nemen."
Op één dag was ik wel heel erg rijk geworden.